Afleiden dan wel afschrikken met minister Donner

Afgelopen dinsdag stuurde minister Donner van Justitie een brief aan de Tweede Kamer. Hij was gevraagd burgers duidelijk te maken hoe zij actief kunnen ingrijpen bij een delict. “Als mensen getuige zijn van geweld, moeten zij de dader afleiden dan wel afschrikken”, zo luidde zijn antwoord. Inmiddels heb ik beslag weten te leggen op een vervolgbrief van minister Donner die vandaag aan de Tweede Kamer wordt gezonden:

Geachte Kamer,

Na afloop van mijn woensdagse werkdag betrad ik met mijn rijwiel de straat teneinde huiswaarts te keren. Boven mijn hoofd zag ik de strakblauwe hemel. Dit was waarlijk een dag om nog even met volle teugen van na te genieten. Maar niet te lang, want thuis wachtte moeder de vrouw met een pan boordevol hutspot.
Ferm op de pedalen trappend, kwam ik alras in een fijn ritme. Mijn jaspanden wapperden in de wind. Denkend aan de avondmaaltijd boog ik mij ietwat verder over het stuur. Plots reed ik daarbij bijna op een groepje jongelui in, dat zich ruw gedroeg op de openbare weg. Nog net op tijd kon ik het stuur van mijn rijwiel omgooien teneinde een valpartij mijnerzijds te voorkomen.

U begrijpt dat ik waarlijk schrok. Het scheelde niet veel of enige woorden van onwelvoeglijke strekking waren over mijn lippen gerold. Pas toen ik van de eerste schrik was bekomen, drong tot mij door wat hier aan de hand was. Deze onverlaten waren moedwillig bezig een oude zwerver, die al bloedende op de grond lag, lichamelijk letsel toe te brengen! Zij gebruikten daarbij knuppels en kettingen. Ik kon aan het slachtoffer zien dat dit gemeen zeer deed.

Welnu, ik bedacht mij geen moment. Afleiden dan wel afschrikken! Ik zette flink aan en fietste op volle snelheid een aantal rondjes rondom het groepje, waarbij ik er niet voor terugschrok uitdrukkelijk met mijn fietsbel te bellen. Dat hield ik lange tijd vol, maar de raddraaiers hadden evenwel geen oog voor mij. Ook niet toen ik al fietsende met één hand naar de blauwe hemel wees en riep: “Welaan, kijk mannen! Een ballon! Is dat niet prachtig?” Zij lieten zich niet afleiden en beukten nog steeds op de oude man in, die nu veel weg had van een grote homp vormloos vlees.

Daarop besloot ik over te gaan tot afschrikking. Ik kneep in de remmen en greep mijn broodtrommel vanaf de bagagedrager. Nu leeg, op enkele kruimels na, maar hedenochtend nog gevuld met zes heerlijke boterhammen tevredenheid. Door beide helften van het trommeltje luid tegen elkaar aan te slaan, hoopte ik dat gespuis alsnog af te schrikken.
Toen ook dat geen enkel effect sorteerde, zette ik mijn laatste troef in. Ik schudde vervaarlijk met mijn rechtervuist en schalde: “Jullie onverlaten! Durven jullie wel? Dat moeten jullie eens bij mij proberen, wat ik je brom!”

Dat hielp, want weer enkele minuten later stopten ze met knuppelen en dropen hijgend van de inspanning af. Dat was hun geluk, want ik speelde net met de gedachte die nozems één voor één eens vervaarlijk aan de oren te trekken!
Vervolgens heb ik in alle rust politie en ambulance gebeld. Zij waren snel ter plaatse. Daarna kwam de lijkwagen.
Enfin, ik hoop dat ik u met dit aanvullend schrijven voldoende duidelijk heb gemaakt dat actief ingrijpen bij een delict echt niet zo moeilijk is als de meeste burgers denken.

Scroll naar top