Speed daten


Liefde moet groeien, wil het spreekwoord – maar daarvoor is bij speeddating geen tijd. Laatst vond er in het Openluchtmuseum in Arnhem een ‘mega speeddate’ plaats. Zeshonderd mannen en vrouwen tussen de 25 en 40 jaar deden mee. De formule: steeds vijf minuten babbelen. Daarna schuiven de heren door en blijven de dames zitten. Beiden kruisen als afronding ‘ja’ of ‘nee’ aan op hun formulier en de volgende date kan beginnen.

Geertjan Overbeek, psycholoog aan de Radboud Universiteit Nijmegen, was één van de organisatoren. Hij hoopte te ontdekken wat de precieze reden is waarom partners ‘op het eerste gezicht’ voor elkaar kiezen. Daarover bestaan verschillende wetenschappelijke theorieën. Meest gangbaar is de ‘evolutionaire theorie’. De man gaat af op het uiterlijk van de vrouw; kan zij veel en gezonde nakomelingen krijgen? De soort moet immers in stand worden gehouden. De vrouw op haar beurt kiest voor een sterke man die duurzame veiligheid en geborgenheid kan garanderen, zodat zij zich geheel kan wijden aan de zorg voor haar nakomelingen. Dat zou bijvoorbeeld verklaren waarom vrouwen gevoelig zijn voor status en rijkdom.

De eerste bevindingen van Overbeek laten in ieder geval zien dat vrouwen uiterlijk net zo belangrijk vinden als mannen. Pas nadat de ‘looks’ van de man oké zijn bevonden, speelt zijn sociaal-economische status een rol.
Verder ontdekte Overbeek dat extraverte mensen meer kans maken op een relatie dan introverte mensen. Niet echt een ontdekking, als je het mij vraagt. Meer opmerkelijk is zijn derde bevinding. Hoger opgeleide vrouwen zijn selectiever dan lager opgeleide vrouwen. Zou dat ook voor mannen gelden? Het schijnt dat mannen op speeddates sowieso veel vaker ‘ja’ invullen dan vrouwen.

Hoe dan ook, je kunt je afvragen of deze bevindingen ook voor ‘de mens in zijn algemeenheid’ geldt. Zijn speeddaters doorsnee mensen? Ik denk het niet. Misschien word ik oud, maar speeddaten lijkt mij meer iets voor de zakelijke, calculerende mens. Liefde is een kwestie van kansberekening. Ga maar na, hoe meer potentiële partners je op één avond tegenkomt, des te groter de kans op een relatie.
Daarom zijn speeddates van maximaal drie minuten de laatste tijd het meest populair. Maar misschien kan het nog sneller, want laten we wel wezen; na tien seconden weet je meestal al wat voor vlees je in de kuip hebt. Alles draait om die ene kans op een eerste indruk. De gevleugelde uitdrukking bij een sollicitatie.

Hela, idee! Waarom organiseren bedrijven hun sollicitatieprocedures niet als een soort van speeddate? Waarom slechts zes van de honderd sollicitanten uitnodigen voor een lang gesprek met geforceerde vragen als ‘ben jij pro-actief’? Nodig ze alle honderd uit! Wie weet slaat de zakelijke vonk juist over bij die sollicitant met de slechte cv.
Let op mijn woorden, ‘speed solliciteren’ gaat het helemaal worden met de economische recessie voor de deur. Steeds een gesprek van maximaal drie minuten. Dat dwingt de sollicitant duidelijk en concreet te zijn. Tenminste, wanneer je een beetje extravert bent. Wie introvert is en eerst even moet wennen, heeft straks mooi het nakijken. In de liefde én in zijn werk.

Illusie

illusie

Derek Ogilvie, het Schotse medium, is op tv. Hij staat voor een zaal. De zaal zit vol met mensen die een dierbare hebben verloren. Allen hopen vurig op een boodschap van hun gestorven geliefde.

Derek stapt op een jonge vrouw af, op de eerste rij. Hij wil weten voor wie zij komt. Ze vertelt dat haar moeder enkele maanden geleden is overleden. Derek knikt. Goed nieuws, haar geest is aanwezig. “Je moeder staat achter je met een ring”. Derek wil weten waarom. De jonge vrouw vertelt dat haar moeder een ring had waar ze heel zuinig op was. Bewonderende kreten in de zaal. Knap dat Derek dat weet!
Hoofdschuddend zit ik voor de buis. Ja, zo kan ik het ook: ‘je moeder staat achter je. Ze heeft een pot thee in haar hand. Waarom?’
Na de reclame geeft Derek een privé-reading bij mensen thuis. Hij is akelig trefzeker en weet opvallend veel details over de overleden zoon des huizes. Na afloop zijn de ouders diep onder de indruk. “Wat een mooi moment”, verzucht de moeder. Alles wat Derek Ogilvie zei, “was exact goed”.

Vraag ik me toch af, hoe flikt Derek Ogilvie dat? Is hij een kundig ‘cold reader’? Met andere woorden: Derek suggereert iets (“ik zie een oude man”) en de cliënt vult het vervolgens in (“dat moet wel mijn opa zijn!”). Of heeft hij via de redactie van het programma voorkennis gekregen? Derek ontkent dat overigens ten stelligste. Of wordt er veel geknipt in de opnamen en krijgen we de missers niet te zien? Ik weet het niet. Piekerend zet ik de televisie uit.

Een dag later. David Copperfield op tv. De illusionist rent met zijn assistente heen en weer over het podium. Veel parmantige pasjes en grote gebaren. De assistente kruipt onder een tafelblad met een gat erin. Ze steekt haar hoofd door het gat. David plaatst een houten kistje over haar hoofd. De muziek zwelt aan. Dan gebeurt het. David Copperfield wrikt met een enorme zaag het kistje los van het tafelblad. Een vreemde gewaarwording. De illusionist rent rond met het kistje met daarin het hoofd. Hij laat het hoofd zien aan het publiek. Enkele meters verderop, onder het tafelblad, beweegt de romp van de vrouw alsof er niets aan de hand is. Of toch wel, haar handen zoeken haar hoofd.
Vraag ik me toch af, hoe flikt David Copperfield dat? De assistente draagt een pruik en een grote zonnebril. Waarom is dat? Misschien heeft het er iets mee te maken. Ik weet het niet. Piekerend zet ik de televisie uit.

Inderdaad, ik weet het niet. Maar wat ik wél weet, is dat geen enkele aanhanger van Derek Oglivie ook maar één seconde gelooft dat David Copperfield zijn assistente echt heeft onthoofd – ook al heeft hij het met eigen ogen zien gebeuren. Waarom dan wel geloven dat iemand met overledenen kan praten? Wat is het verschil? David Copperfield en Derek Oglivie. Beiden creëren een illusie. Meer is het niet.

Vrachtwagen met oplegger

vrachtwagen-met-oplegger

Ken je die anekdote over Bill Gates? De grote baas van Microsoft discussieerde op televisie met Jack Welch, directeur van General Motors. Gates wist het mooi te vertellen. ICT, dat was één en al innovatie: “Als General Motors net zo bovenop de techniek zat als Microsoft, zouden we nu allemaal in auto’s rijden die 25 dollar kosten en 250 kilometer rijden op één liter brandstof.” Waarop Welch beschaafd kuchte en antwoordde: “Als wij op dezelfde manier met technologie omgaan als Microsoft, zouden de mensen een auto hebben die er minstens twee keer per dag zonder aanwijsbare reden mee ophoudt.”

Een kwart eeuw digitaal leven. Soms vraag je je af wat je ermee opschiet. De cijfers zijn desastreus. Uit onderzoek blijkt dat 70 procent van alle ICT-projecten geheel of gedeeltelijk mislukt. Bij de Nederlandse overheid komt één op de vijf grote ICT-projecten niet eens van de grond. Neem nu de invoering van de ov-chipkaart. Het plastic vod is op sterven na dood. Kosten tot nu toe: 1 miljard euro – en niet 130 miljoen zoals de Tweede Kamer moest geloven.
Je krijgt bijna het gevoel dat zoiets normaal is. ICT, denken de meeste politici, is iets dat je overkomt. Net als het weer. Al die eentjes en nulletjes die miljarden keren per seconde door een microchip razen, je hebt er geen grip op.

Toch vreemd, want dat was niet de bedoeling toen 25 jaar geleden ons digitale leven een aanvang nam. Neem nu mijzelf. Ik zit hier achter een state-of-the-art computer met een state-of-the-art tekstverwerkingsprogramma. Wat ik doe? Typen. Ook het knippen en plakken van stukken tekst is een mij niet onbekende optie. Plus natuurlijk de spellingcontrole. Ja, laat mij maar schuiven.
Totdat ik lees dat de computer met tekstverwerker die we tien jaar geleden hadden, veel sneller opstart én intuïtiever werkt dan de computer met tekstverwerker die we anno 2008 gebruiken. Oorzaak: op die oude tekstverwerker zat alleen wat je echt nodig hebt: typen, knippen en plakken, plus spellingcontrole. Met de tekstverwerker anno 2008 zijn de mogelijkheden eindeloos. Het is één grote opeenhoping van toeters en bellen. Allemaal nutteloze functionaliteit. Zo kun je teksten in het Sanskriet typen. Nou, fijn hoor.

De tekstverwerker was al uitontwikkeld in 1997. Toen hadden we ‘Word 97’ waarmee 99,999% van alle gebruikers compleet tevreden was. Nu hebben we Word 2008. Waarom? Ik weet het niet. Ik ken werkelijk waar niemand die de technische mogelijkheden van dat programma nodig heeft. Maar ja, je wilt niet achterblijven.
Snellere computer, zwaardere software. Daar zit je dan met je moloch van een tekstverwerkingsprogramma. Niet vooruit te branden. Het bezwijkt onder zijn eigen gewicht. Rijst de vraag: wat ben ik nu in die tien jaar opgeschoten? Het antwoord ligt besloten in de volgende vergelijking. Tien jaar geleden had ik een fiets om een halfje tarwe bij de bakker op de hoek te halen – tegenwoordig gebruik ik een vrachtwagen met oplegger.

Een gezonde psychose

gezonde-psychose

We schrijven 23 mei 1987. De 23-jarige Canadees Kenneth Parks komt thuis. Hij is werkloos en zit financieel aan de grond. Bovendien heeft hij serieuze slaapproblemen. Weken achtereen slaapt hij niet meer dan twee, drie uur per nacht. Kenneth ploft neer op de bank, zet de televisie aan en sukkelt langzaam in slaap.
Dan gebeurt het. Kenneth Parks begint te slaapwandelen. Tenminste, dat beweert hij zelf. Hij stapt in zijn auto en rijdt naar het huis van zijn schoonouders, 23 kilometer verderop. Hij loopt achterom en stapt de keuken binnen. Nog voordat zijn schoonmoeder hem kan begroeten, pakt Kenneth een keukenmes van het aanrecht en steekt op haar in. Zijn schoonmoeder overlijdt ter plekke. Ook Kenneth’s toegesnelde schoonvader moet het ontgelden. De man wordt vreselijk toegetakeld, maar overleeft uiteindelijk.

De volgende ochtend wordt Kenneth uitgeslapen wakker op zijn bank, voor de tv. Wanneer hij het bloed op zijn handen en kleding ziet, meldt hij zich bij de politie met de woorden “I think I have killed some people“.
Een rechtszaak volgt. De openbaar aanklager gelooft niet in slaapwandelen. Hij beschouwt Kenneth als een gevaarlijke gek die moordde als gevolg van een psychose. Maar de advocaten van Kenneth Parks weten met behulp van experts te bewijzen dat hij inderdaad regelmatig slaapwandelt. Dus wellicht ook op die bewuste avond, het zou zomaar kunnen. Ook leggen slaapexperts de jury uit dat iemand die slaapwandelt als ‘bewusteloos’ moet worden beschouwd, ook al is hij in staat complexe handelingen uit te voeren – ja, zelfs te autorijden of iemand neer te steken.
Kan Kenneth de moord worden aangerekend? Zijn advocaten vinden van niet. De jury is het uiteindelijk met hen eens. Zij acht het slaapwandelen bewezen. Bovendien is slaapwandelen volgens de jury geen geestesziekte, laat staan een psychose. Daarom spreekt zij Kenneth vrij.

Een jaar later publiceert John Allan Hobson, hoogleraar psychiatrie aan de Harvard Medical School, een nieuwe theorie. Hij wijst op de overeenkomsten tussen dromen en psychoses. Zowel in dromen als bij psychoses treden vreemde vervormingen van de werkelijkheid op. Dromen zijn soms net hallucinaties. Daarom betitelt Hobson dromen als ‘gezonde psychoses’ en komt vervolgens met een opmerkelijke aanbeveling. Als we erachter komen hoe onze hersenen dromen ‘maken’, hebben we ook meer inzicht in het ontstaan van psychoses.
Een interessante gedachtegang. Immers, wie in zijn droom iemand met een mes bewerkt, heeft een nachtmerrie. Maar wie datzelfde overdag doet, met open ogen, is een moordenaar. Hoe flinterdun de lijn tussen droom en werkelijkheid is, bewijst de slaapmoord van Kenneth Parks.

Is slaapwandelen de ‘missing link’ tussen droom en psychose? Theorieën zijn er genoeg, maar geen enkele wetenschapper weet wáárom we dromen – laat staan waarom sommige mensen slaapwandelen. Parks werd dus vrijgesproken. Of hij nadien vaker ‘s nachts als een weerwolf op pad is gegaan, is niet bekend. Een enge gedachte. Alleen al daarom was de enige juiste straf voor Parks ‘parttime levenslang’ geweest. Iedere nacht de cel in van zonsopgang tot zonsondergang.

Niets te verbergen

niets-te-verbergen


De geruchtmakende Puttense moordzaak is dicht bij een oplossing. Tenminste, dat wordt beweerd. De 33-jarige Ronald P. liep recentelijk tegen de lamp toen zijn DNA een match opleverde met sperma dat op het been van Christel Ambrosius was achtergebleven. Goed nieuws, vooral te danken aan een speciale wet die bepaalt dat veroordeelden van zware misdrijven (Ronald P. mishandelde ooit zijn vriendin) verplicht zijn DNA af te staan.

Deze ‘voorlopige ontknoping’ in de Puttense moordzaak wordt vaak aangehaald als hét argument voor een nationale databank waarin het DNA-profiel van elke Nederlander is opgeslagen. Waarom ook niet? Wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen. Wanneer iedere Nederlander een klein beetje wangslijm afstaat, is het snel gedaan met de criminaliteit in ons land. Ga maar na: met het DNA van zestien miljoen mensen onder handbereik had de recherche in de Puttense moordzaak nooit zo kunnen miskleunen. Toch?

Het tegendeel is waar. De recherche had genoeg DNA voorhanden om de juiste conclusies te trekken. Zo wees DNA-onderzoek uit dat het sperma op Christels been niet afkomstig was van de Puttense verdachten Dubois en Viets. Toch draaiden zij onschuldig de cel in toen de recherche met de ‘sleeptheorie’ op de proppen kwam: het sperma zou van een eerder seksueel contact zijn. Dubois en Viets hadden het tijdens de verkrachting uit haar vagina ‘gesleept’.
Onzin natuurlijk, maar het onderstreept wel mooi dat DNA-sporen niet zaligmakend zijn. Wanneer ik op straat spuw en de volgende dag ligt daar een dode man, dan maakt dat mij nog niet tot dader – ook al toont DNA onderzoek aan dat het mijn speeksel is. Met dat gegeven gaat de openbaar aanklager in de Puttense moordzaak het nog moeilijk krijgen. Ronald P. beweert namelijk een geheime seksuele relatie met Christel Ambrosius te hebben gehad. Dat verklaart het sperma op haar been. Die ‘sleeptheorie’ is zo gek nog niet. Verder nog iets meneer de aanklager?

Politici hebben wel oren naar een bevolkingsdatabase boordevol DNA-profielen. De eerste omtrekkende bewegingen zijn er al. Zo wil het CDA dat na een zwaar misdrijf buurtbewoners en omstanders verplicht worden mee te werken aan grootschalig DNA-onderzoek. Iedereen is verdachte. Principiële bezwaren? Wat een onzin. De Belastingdienst weet hoeveel je verdient, Bol.com weet wat je leest, je provider weet welke sites je bezoekt, Albert Heijn weet welke levensmiddelen je koopt en Google weet de rest. Dus wat is het probleem met het afstaan van DNA en – logisch gevolg – uiteindelijk een nationale DNA-databank?

Het probleem is dat niemand weet wat de wetenschap over bijvoorbeeld twintig jaar allemaal uit ons DNA kan aflezen. Anno 2008 hebben we de handel in persoonsgegevens; anno 2028 kan dat de handel in DNA-profielen zijn. Ideaal voor een verzekeraar die wil weten of een klant genetisch gezien een verhoogde kans op kanker heeft. Het kan zomaar gebeuren, want als iets zich op een hellend vlak bevindt dan is het wel onze privacy. Maar goed, wie niets te verbergen heeft, die heeft ook niets te vrezen. Toch?

Het einde van de paraplu

einde-van-de-praraplu.jpg

einde-van-de-praraplu.jpg
Is het mogelijk het weer naar je hand te zetten? Wie zangeres Kate Bush kent, kent ook haar nummer ‘cloudbusting’ en de bijbehorende clip. Die vertelt het verhaal van Wilhelm Reich (1897-1957), een Oostenrijke psycholoog die vooral bekend werd als de ontdekker van orgonen: energiedeeltjes die zich in de lucht zouden ophouden. Wetenschappers weerlegden het bestaan van orgonen, maar Reich hield voet bij stuk. Hij bouwde het orgonenkanon cloudbuster en liet het in 1954 ‘op bestelling’ regenen in de woestijn van Arizona. Of was het een toevallige regenbui? Niemand die het weet. Uiteindelijk belandde Reich wegens kwakzalverij in de gevangenis. Daar stierf hij nadat al zijn werk op last van de rechter was vernietigd.

Inmiddels zijn we een halve eeuw verder en nog steeds niet in staat het weer te veranderen. Oké, kunstmatig regen opwekken is mogelijk door wolken te besprenkelen met grote hoeveelheden natriumchloride (zeezout) en calciumchloride – maar met deze chemicaliën doe je het milieu geen plezier. Dat geldt ook voor de methode die in de Sovjet-Unie werd gehanteerd om Moskou een stralende 1 mei, Dag van de Arbeid, te garanderen. Op 30 april besprenkelde de Russische luchtmacht alle wolken boven Moskou en verre omgeving met zilverjodide, vloeibare zuurstof en cementpoeder. Een blauwe hemel gegarandeerd.

Kan het ook zonder chemicaliën? Er is hoop. Wetenschappers uit Spanje, Israël en België werken aan een miljoenenproject dat moet zorgen voor regenwolken boven de Israëlische Negevwoestijn. Het plan is als volgt. Langs de kuststrook van de Negevwoestijn wordt een kunstmatig eiland gebouwd van zo’n negen vierkante kilometer groot, geheel bedekt met zonnepanelen. Deze panelen zorgen voor massale opwarming van lucht. De luchtmassa stijgt en koelt op een hoogte van twee kilometer weer af. Zo ontstaat watercondens en dus wolken. Wind van zee doet de rest. Zij blaast de wolken, zwanger van regen, over de dorre vlakten van de Negevwoestijn.
Zal dit idee in de praktijk werken? We weten het nog niet. De wetenschappers baseren zich op het feit dat in de omgeving van kuststeden meer regen valt dan elders langs de kust. Het asfalt in de kuststeden zou de oorzaak zijn. Dat absorbeert de zon en fungeert zo als warmtebron.

Vooralsnog blijven we dus overgeleverd aan de weergoden. Beter is het daarom mee te buigen met de regen zoals riet meebuigt met de wind. Buienradar.nl maakt het mogelijk. Op deze website wordt de neerslag met radarbeelden gevolgd. Ideaal wanneer het pijpenstelen regent en je bijvoorbeeld de hond moet uitlaten. Even op Buienradar kijken, inzoomen op je woonplaats en – nu komt de truc – je kunt zowaar twee uur vooruit kijken. Zit er ergens een droog stukje tussen al die buienvelden? Ja hoor, over een half uurtje. En verrek! Een half uur later is het inderdaad droog. Snel Jerry uitlaten, want je weet: straks begint de regen weer.
Lange leve Buienradar. Eindelijk zijn we verlost van dat turen naar de lucht en het bijbehorende nattevingerwerk. Een hele vooruitgang. Ik heb geen paraplu meer nodig. En dat zonder het weer te manipuleren. Wat wil een mens nog meer?